Verder naar inhoud

Venster 46 van de Osse Canon

Van dubbelop naar duurzaam: groei van het groene bewustzijn

(1960 tot nu)

In de veertig jaar tussen de bouw van het aardgas-pompstation bij Ravenstein (circa 1967) en de opening van het eerste Osse aardgasvulpunt voor auto’s in 2008 is er veel veranderd. De installatie bij Ravenstein hoort bij de economie van de overvloed, het alternatieve tankstation bij Boekelder tot de wereld van de duurzaamheid, van het ecologisch bewustzijn.

Zowel in de wetenschappelijke literatuur als in politiek en beleid zijn er uiteenlopende opvattingen over wat duurzaamheid precies is. Er kan een onderscheid worden gemaakt in een smalle en een brede benadering. In de smalle, oorspronkelijke, benadering staat vooral de bescherming van natuur en milieu centraal. Het gaat vooral om plant en dier en lucht-, water-, en bodemkwaliteit of de omgang met natuurlijke hulpbronnen. Deze visie stoelt op het rapport van de Club van Rome uit 1972. Bij de brede benadering uit de jaren tachtig en negentig van de twintigste eeuw werd de visie op duurzaamheid verbreed. Natuur en milieu vormden een onderdeel van het begrip, maar milieuvraagstukken konden niet los worden gezien van kwesties over rechtvaardige verdeling. Het streven naar duurzaamheid kwam neer op de totstandbrenging van een zo groot mogelijke positieve wisselwerking tussen economische, sociaal-culturele en ecologische ontwikkelingen.
Veel overheden (landelijk, provinciaal en lokaal) hebben in de afgelopen decennia duurzaamheid in hun beleid opgenomen. Zo ook de gemeente Oss.

In de veertig jaar tussen de bouw van het aardgas-pompstation bij Ravenstein (rond 1967) en de opening van het eerste Osse aardgasvulpunt voor auto’s in 2008 is er veel veranderd. De installatie bij Ravenstein hoort bij de economie van de overvloed, het alternatieve tankstation bij Boekelder tot de wereld van de duurzaamheid, van het ecologisch bewustzijn.

Midden jaren negentig kwam in de gemeente Oss op bestuurlijk niveau voor het eerst het begrip duurzaamheid ter sprake, bij de herbestemming van het voormalige woonwagencentrum Vorstengrafdonk. De Provincie Noord-Brabant stelde in haar ruimtelijke plannen de mogelijkheid open om Vorstengrafdonk (als een voorbeeldproject voor de gehele provincie) om te vormen tot een grootschalig, vernieuwend en duurzaam bedrijventerrein. Bij het aantrekken van bedrijven diende hiervoor rekening gehouden te worden met de uitgangspunten van duurzame ontwikkeling, zoals milieu, werkgelegenheid per vierkante meter, energieverbruik en passendheid binnen de omgeving. Dit is ook de reden waarom de daadwerkelijke uitgifte van de kavels op het bedrijventerrein volgens de één zo weloverwogen gebeurde, maar door anderen als uitermate langzaam werd getypeerd.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2005 won de politieke partij Duurzaam Nederland voor het eerst een zetel in de gemeenteraad van Oss. De aandacht voor duurzaamheid is verder te merken binnen diverse gemeentelijke projecten, zoals de N329: de weg van de toekomst, Energieopwekking uit een biomassacentrale, het uitgiftebeleid Vorstengrafdonk, de komst van het aardgastankstation en het aanleggen van een koolzaadveld voor winning van biodiesel. Ook werd er een aantal gemeentelijke bestelwagens aangeschaft die rijden op aardgas.

In de ‘Toekomstvisie 2020’ is op initiatief van de fractie van GroenLinks de onderstaande definitie van duurzaamheid opgenomen: “We willen werken aan een duurzame gemeente waar personen, maatschappelijke instellingen en bedrijven zich kunnen ontplooien zonder afwenteling van de negatieve gevolgen van bezigheden op andere mensen hier of elders in de wereld, regio’s of generaties.”

Bijdrage: Evert van Schoonhoven