Verder naar inhoud

De industrialisatie van Oss start in de jaren zeventig van de negentiende eeuw met een wereldwijde primeur: de fabricage van margarine. De concurrerende margarinefabrikanten Jurgens en Van den Bergh expanderen snel in het centrum van Oss. Andere grote bedrijven zijn de exportslagerijen en vleesverwerkende bedrijven Zwanenberg en Hartog. Uit Zwanenberg komt Organon voort. Ook de tapijtindustrie (Bergoss) komt tot bloei. In Ravenstein komen onder invloed van de aan te leggen spoorlijn enkele fabrieken tot stand.

Boter als begin van de industrie

Oss staat bekend als de stad van de UNOX-rookworst en van ‘de pil’ van Organon. Toch is de grote bedrijvigheid van Oss pas laat in de negentiende eeuw ontstaan. Voor die tijd leefden Oss en omgeving vooral van landbouw en veeteelt. In Oss groeiden de (katholieke) familie Jurgens en de (joodse) familie Van den Bergh uit tot grote handelaren van echte boter. Zij exporteerden de boter vooral naar het welvarende Engeland. Er was zoveel vraag naar boter dat Jurgens en Van den Bergh niet voldoende konden leveren. De familie Jurgens vond een oplossing, zij hoorde in 1870 dat in Parijs een uitvinder was die boter kon namaken uit slachtafvalvet. In 1871 begon de familie Jurgens in hun woning tegenover de Grote Kerk in Oss met de productie van de namaakboter, ook wel kunstboter of margarine genoemd. De familie Jurgens was daarmee de eerste ter wereld die fabrieksmatig margarine maakte.

Gedeelte van de kantoren van de N.V. Anton Jurgens Vereenigde Margarinefabrieken aan de Kruisstraat
(aan de zijkant gezien vanaf het centrum). Op de achtergrond de fabriekspijp. Het gebouw, een ontwerp van architect Charles Estourgie, werd in 1912 gebouwd. (1918)

 

De verkoop van margarine bracht de familie grote rijkdom. Maar de familie Van den Bergh, de grote concurrent, ontdekte al spoedig het recept en begon ook een fabriek. Verschillende fraaie villa’s in Oss aan de Molenstraat herinneren nog aan de rijkdom van deze twee families. Er kwamen nog wat kleinere margarinefabriekjes bij die vaak na enkele jaren stopten. De bekendste was die van Knoek & Cohen (1878-1913). Een andere tak van de handelsfamilie Van den Bergh ontwikkelde de tapijtfabriek Bergoss (gesloten in 1982), die internationaal bekend werd door de tapijten en meubelstoffen. Van deze fabriek zijn nog enkele onderdelen herkenbaar, zoals de ‘zaagtanddaken’ aan de Oostwal en het kantoor vlakbij het station.

 

Ingekleurde ansichtkaart van fabrikantenvilla’s aan de Molenstraat (gebouwd rond 1890).
In de rechter woning woonden, vanaf de bouw tot 1917, diverse leden van de margarinefabrikantenfamilie Jurgens. (1905.)

Van den Bergh verplaatste in 1891 zijn margarinefabriek naar Rotterdam voor de betere aan- en afvoer van goederen via de haven aldaar. In Oss ontstond door dit vertrek veel werkloosheid. Na jaren van zware strijd fuseerden Van den Bergh en Jurgens in 1927 tot de Margarine Unie en kort daarop met het Engelse bedrijf Lever Brothers. Zo ontstond Unilever. In 1929 werd de productie van de Jurgens-fabriek in Oss naar Rotterdam overgebracht. Opnieuw bracht dit veel werkloosheid en onrust in Oss teweeg.

Vlees export

De exportslagerijen en vleesverwerkende bedrijven waren voor Oss ook van groot belang. De (joodse) familie Hartog begon in 1876 met een slachterij die zich in 1884 ook ging richten op de export van vlees. In 1887 startten de Heesche neven Nathan en Arnold van Zwanenberg bij het spoor van Oss een exportslachterij. Hartog (voerde sinds de jaren dertig het merk UNOX) en Zwanenberg (merknaam Zwan) waren familie van elkaar, maar ook grote concurrenten. Die strijd eindigde pas in 1975, toen de bedrijven fuseerden en onderdeel werden van Unilever.

 

De runderhal van de firma Hartog, bij een bezoek van de Rijkscommissie van Toezicht op de Vleeschvereniging.
De man rechts met hoed is Arnold van Zwanenberg, de secretaris van de Commissie. (1916.)

 

Grote bedrijven in Oss

In 1923 ontstond Organon vanuit de slachterij van Zwanenberg. Als eerste in Europa maakt het bedrijf insuline, ter bestrijding van suikerziekte. Het farmaceutische bedrijf Organon werd vooral bekend door de anticonceptiepil. Philips begon in 1930 een fabriek voor verlichtingsproducten in de leegstaande Jurgensfabriek, de eerste vestiging buiten Eindhoven. De grote fabrieken in Oss brachten ook veel andere bedrijvigheid op gang, zoals transportbedrijven voor de aan- en afvoer van goederen (Van Rosmalen en Vos), drukkerijen voor het papier- en verpakkingsmateriaal (Acket kartonnagefabriek) en technische bedrijven voor machines en onderhoud.

 

Overzicht (luchtfoto) van het vleesverwerkende bedrijf Zwanenberg aan de Gasstraat. Op de voorgrond (onder) het spooremplacement.
De straat rechts, langs het bedrijf, is de Kloosterstraat. In de benedenhoek (links) is het logo van het bedrijf Zwanenberg weergegeven. H
et pand rechtsboven is van het farmaceutische bedrijf Organon. (1935)

 

Kernen in de gemeente Oss

Niet alleen in Oss speelde de industrie een grote rol, ook in Ravenstein kwamen onder invloed van de aan te leggen spoorlijn enkele fabrieken tot stand. In 1852 vestigde J. Suermondt zijn leerlooierij annex schoenenindustrie in het stadje. Het bedrijf groeide snel, maar in de crisisjaren ging het financieel bergafwaarts en in 1938 kreeg het bedrijf een doorstart onder de naam Ravo. In de jaren zestig verhuisde het bedrijf naar een terrein buiten de vesting en in 1979 werd het bedrijf gesloten als gevolg van de in Nederland sterk gestegen loonkosten, waardoor de concurrentie met Afrikaanse en Aziatische landen te groot werd.

In 1863 begon J. Meulemans een mengvoederfabriek in Ravenstein. Eerder was hij begonnen in een molen in Herpen. De fabriek in Ravenstein stond binnen de gracht, de toenmalige gemeentegrens. Na de Tweede Wereldoorlog ging het bedrijf mee in de industrialisatiegolf. Er kwam een vestiging direct aan de Maas voor de efficiëntere aanvoer van grondstoffen. Aan het eind van de twintigste eeuw ging het bedrijf over in ‘vreemde’ handen. Eerst werd het Koudijs, daarna Koudijs-Brokkink en uiteindelijk De Heus. Na grondige modernisering verdween een groot deel van de werknemers en namen machines veel van het werk over.

 

Bijdrage: Paul Spanjaard (Oss) en Rop van de Burgt (Ravenstein)